De boerderij

De boerderij ten oosten van de kerk is eeuwenoud. Het voorhuis heeft twee vertrekken, welke door een derde smalle ruimte van elkaar gescheiden zijn. Aan een zijde van deze ruimte zit het opkamertje, met daaronder de kelder waar vroeger de aardappels opgeslagen werden. Vanuit deze kelder kun je via een deur in de stookhut komen, waar gekookt werd boven een open vuur. Dit alles is nog aanwezig.

Voorhuis met stookhut Brug over de gracht

Alleen de rechtstreekse doorgang van de stookhut naar het woonhuis is er niet meer. Hier zit nu een modern toilet en doucheruimte. De bedsteden in de voorste kamer zijn nu in gebruik als kastruimte, maar zijn nog wel goed herkenbaar. De schoorsteenmantels in beide vertrekken zijn nog origineel. Boven de schouw in de achterste kamer is een eeuwenoud paneelschilderij, wat waarschijnlijk Jozef en zijn broers moet voorstellen. Het zou mij niet verbazen als dit schilderij uit het voormalig klooster van Aduard zou komen, gezien de techniek en de kleuren. Jammergenoeg heeft nog geen deskundige het belangrijk genoeg gevonden om dit eens serieus te gaan onderzoeken.

Schouwstuk

Naar alle waarschijnlijkheid is het vooreind veel ouder dan de stallen, daar tijdens een opknapbeurt van de tegenwoordige hal een rond venster tevoorschijn kwam. Dit zou er op kunnen wijzen dat het vroeger een buitenmuur is geweest. De voordeur heeft waarschijnlijk bij de smalle tussenruimte (hal) gezeten, waar nu een raam zit. Het is bekend dat dit raam er later ingezet is. Op deze manier is ook verklaarbaar waarom er geen gang langs de achterkamer loopt om in de voorkamer te komen. Vanuit de hal kon je zowel in de voor- als in de achterkamer komen.

Aan de hals is een zogenaamde zomerkamer aan de zuidzijde uitgebouwd. Deze is door een gang gescheiden van het vroegere karnvertrek, welke nu dienst doet als keuken.

De schuur is nog grotendeels ongewijzigd. Aan de voorzijde bevindt zich de melkenkelder en de ruimte voor de karnmolen. Ook de bedstededeuren voor de knechten zijn nog aanwezig. Evenzo de toegangsdeuren vanuit de stal naar de gebintvakken. De oorspronkelijke paardestal bood ruimte aan twee maal vijf paarden.

In de sluitsteen boven de deeldeuren staat het jaartal 1816 en boven de deuren van de hut de initialen KMW en HB. De initialen staan voor Klaas Meinema Wieringa en Hendriktje Brouwers. Klaas was de zoon van Jan Meinderts Wieringa. Deze had de boerderij omstreeks 1780 gekocht van Dietert Geerts.

In 1798 kwam de bekende groningse sprookjesvertelster Trijntje Alberts, beter bekend als Trijntje Soldaats, hier met haar man Wijbe Wijbrants wonen. Trijntje was eerder getrouwd geweest met een oostenrijkse soldaat, vandaar de naam Soldaats. Behalve dat ze naaister was, stond ze vooral bekend om haar sprookjes die ze tijdens het naaien aan de kinderen vertelde. Het boek van Trijntje Soldaats dat in 1928 uitgegeven werd kan volgens de uitgever worden beschouwd als het eerste in Nederland uitgegeven sprookjesboek. Bij de eerste uitgave verschenen de verhalen in het Nederlands van die tijd inclusief schrijf- en spelfouten van de elfjarige Gerrit Arends uit Ezinge. Deze had de verhalen rond 1804 opgetekend in een schriftje.

Thans wordt de boerderij verpacht door de fam. Wielsma, aan C. Hogewerf. Deze is in 1994 overgegaan op biologisch boeren.